Het is al een tijdje stil op dit blog. Nu, in real life heb ik het druk genoeg natuurlijk: een voltijdse baan, een project rond moeilijke zwangerschappen dat stilaan vorm begint te krijgen en waarover later meer, een huishouden dat draaiende moet gehouden worden, en een gezin, vrienden, familie, die allemaal aandacht verdienen en binnenkort onze eerste reis als gezin.
Ik heb de laatste tijd nog wat in m'n digitaal kladblok van m'n blog zitten pennen. Over een zeer plotse en kortstondige opflakkering van jaloezie toen op facebook een echobeeldje in m'n gezicht gegooid werd van de derde zwangerschap van een nicht (die toch geen derde meer wouden? Nee, ik wil het niet weten) En ja, ik ben wél blij voor de nicht. En nee, ik wil zelf geen derde meer. Waarom dan toch jaloers? Geen idee...
En over het bevriende koppel Op-het-Nippertje. Ze zijn intussen bevallen. Het is een zoon. Maar dat wisten we al. En ook dat z'n naam E is, want dat hadden ze ookal gezegd. Het enige dat ze toch nog als verrassing hadden was de geboortedatum want zoonlief besloot niet te wachten tot de vastgestelde keizersnededatum (zoonlief had z'n kont naar beneden steken). Iets waar ik ze nog voor gewaarschuwd had dus eerder een gniffelmoment hier dan een grote verrassing.
En over dat het, mja zucht..., echt zo'n situatie is waar we maar het beste van zullen maken, he. Eigenlijk valt ze nog wel mee. Soms kunnen we plots echt goed praten over onze wondertjes, en op andere momenten heb ik zoiets van: 'nee, ze beseft het toch niet hoeveel geluk ze heeft gehad.' Ze zit echt op die roze wolk. Ergens hoog daarboven. En plant nu al nummer twee.
En over de nummer drie die er bij ons niet zal komen. Ik heb me er ineens mee verzoend. Het is geen Punt meer. Geen Discussie. Ik heb het aan Allerliefste zelfs verkondigd: 'schat, de kinderwens is er niet meer. Die is voldaan; er hoeft geen derde meer bij te komen voor mij.' (Al wil ik er wel bij zeggen dat ik me nu ook nog niet ga steriliseren. Ik ben nog jong, he. Je weet nooit wat de toekomst brengen zal.)
En over ons 'Huisje-Weltevree'. Waar het niet altijd zo 'peis-en-vree' was de laatste tijd. Wat me erg verwarde. Je doet dan zo hard je best om die kinderwens te vervullen dat je elkaar wat uit 't oog verliest denk ik. En toen waren er ineens twee kinderen en hadden we geen tijd meer voor elkaar. Of armen vrij voor elkaar. En het is best moeilijk om jarenlange gewoontes van twee kinderloze mensen plots te veranderen ookal lijkt dit misschien onbegrijpelijk voor mensen die nog in behandelingen zijn. Maar zonder kinderen heb je wel een aantal praktische vrijheden waar je nogal gemakkelijk aan gewend geraakt. Niet dat ik die niet met veel plezier overboord heb gekieperd, integendeel. Ik heb er nog confetti achtergegooid bij wijze van spreken. Maar het blijft wel even aanpassen. En het was hier ineens zo moeilijk om daar een evenwicht in te vinden. En elkaar daarin te vinden.
Ik moet bekennen: ik heb dingen gedaan die ik Nooit Zou Doen: roepen tegen elkaar voor de kinderen. Een scène maken op straat waar, godbetert, iedereen het kon horen. Allerliefste naar de zetel verbannen. Zelf een paar nachten in de logeerkamer (annex verschoonkamer, annex kinderwagen-stalruimte) slapen. En dan, na het roepen toch weer praten. Veel praten. En een dikke knuffel geven aan elkaar.
En vaak heb ik geen tijd meer om te schrijven. Want natuurlijk: zo denken jullie allemaal: wat zit je hier nog, meid, ga genieten van die twee bijna-tien-maanden-oude-kereltjes van je. Ja, ik geniet van die kereltjes van me. Ontzettend veel. S huilde vandaag omdat hij zo moe was (hij slaapt overdag niet meer veel in de crèche. Er valt ook zoveel te ontdekken en te doen, he) dat R z'n handje vastnam en naar hem lachte, de schat. Ze leren al staan. Ze kruipen snel en vlot de hele kamer door, de poezen achterna. Die arme beesten krijgen amper nog een momentje rust. R vindt het absoluut geweldig om zich in de gordijnen te verstoppen en kiekeboe te spelen. S loopt als hij de speelgoeddoos kan voortduwen. Ze vinden 'nee' niet meer gewoon een leuk spelletje, ze leren zelfs stilaan luisteren ook. Ze babbelen honderduit tegen ons en tegen elkaar. Ze begrijpen elkaar precies verbazend goed. Ze slapen nog steeds bijzonder vaak synchroon (in exact dezelfde houding). Ze hebben alletwee twee tandjes (de eerste kwam bij alletwee op exact dezelfde dag door, en het ging over exact dezelfde tand). En ze kwijlen wat af momenteel ook. Ze eten alles. Ze slapen als op rozen, behalve in de crèche. En ze beginnen ruzie te maken om speelgoedjes, zetten het op een brullen als ze hun zin niet krijgen en gieren van 't lachen, zeker als ik 'kriebelbuik' met ze speel, of R als S over hem heen probeert te kruipen.
Door S leer ik stilaan een heel arsenaal aan judohoudgrepen dankzij zijn ontsnappingspogingen bij het verschonen of omkleden. Ze worden stilaan blond, waardoor ze momenteel zo'n prachtige tweekleurige bruin-blonde lokken hebben die goudkleurig glanzen in 't licht en die me helemaal doen smelten. (Sorry voor dit stoef stoef happy happy, mijn kind schoon kind etc gedoe. Andere mensen vinden m'n kinderen waarschijnlijk twee snot-en-kwijlmonsters. Ik ben nu eenmaal niet objectief hier.)
En R doet het ook zo goed. Hij is vrij lang (bovengemiddeld en even groot als z'n broer), maar wel erg fijn al ziet hij er nu gewoon fijngebouwd uit, niet meer (ongezond) mager. Hij is op de curves van Kind&Gezin opgeklommen van eronder, over de P3 tot de P10 nu al. S volgt nog steeds de 'ideale' curve: de P50 (voor zij die die curves niet kennen; die gaan tot de P100). R heeft kracht en energie voor tien, net als z'n broer. Hij is alleen nog steeds wat vlugger moe, doet langere dutjes overdag. Maar da's eigenlijk het enige waaraan je nu nog kan zien dat hij een iets langere weg heeft afgelegd.
Die laatste stukjes die ik geschreven heb, hebben hun weg niet meer gevonden van m'n kladblok naar m'n blog. Maar dan zijn er zo van die dagen als vandaag dat ik m'n blog nog eens opendoe en denk: hoog tijd voor een update...
donderdag 30 augustus 2012
maandag 2 juli 2012
Vastberaden anti-UFO
Ik ben uiterst anti-ufo in veel betekenissen van het woord. Ik geloof niet in ufo's, zijnde 'unidentified flying object'). Ik ben zo'n saaie agnost die er één zal moeten zien om 't te geloven (waarschijnlijk word ik nu gestenigd door de 'believers'. Voor hen wil ik graag een amusante roman aanraden getiteld 'The Attack of the Unsinkable Rubber Ducks' van een zekere, en in België onterecht veel te onbekende Christopher Brookmyre. Al vrees ik dat de humor hen zal ontgaan.)
Ik heb eveneens een probleem met die andere ufo's: Uitblinkend in Fenomenale Onafheid, beter gekend als 'Unfinished Object.' Alleen heb ik daarvan, en in tegenstelling tot die andere ufo's, een ware invasie van in huis. Heel wat ideeën zat, maar veel goeie bedoelingen verder ligt het ding in kwestie in het beste geval ergens stof te vergaren. Tot voor kort had ik bovendien een bijzonder gebrek aan gewillige slachtoffers voor de resultaten van de opborrelende inspiratie. Een speeltapijtje naaien voor Allerliefste klinkt op z'n zacht gezegd wat vreemd, vindtuniet?
Dit weekend was ik echter, zoals de titel hierboven al verklapt, vastberaden anti-ufo. Het project: een speeltapijtje, dat had u misschien al geraden.
Ik had al geruime tijd de nodige stoffen in huis (oude lappen, nieuw gekochte, gerecupereerde nieuwe (lees: nooit gebruikte nieuw aangekochte enkele jaren geleden...) allemaal samen in één doos. En ideeën en inspiratie zat. Het moest er gewoon eens van komen. Ik moest het gewoon eens maken. En dat speeltapijtje begon nu toch wel te dringen. Zeker als ik het nog wou kunnen gebruiken voor S en R vóór ze kunnen lopen...
En dus gooide ik alles open, leende een naaimachine (ik geef toe: ik ben maar een halve vrouw, ik bezit zelf geen naaimachine) en gaf er een lap op.
Stap één: de selectie. Hiermee moest ik maar aan de slag gaan.
Stap twee: aaah, waarom is die basis altijd zo saai? Geen wonder dat ik nooit verder geraak dan deze stap...
Stap drie: ik wou eigenlijk een uil maken, maar kwam uit bij dit...
Stap vier: volgende keer ga ik absoluut en zonder enige twijfel voor de uil, stijl: Minimalistic.
Stap vijf: twee dagen, twee emmers zweet en tranen en slechts twee gebroken spelden verder en kijk: voor een bijna complete naai-leek als ik mag het eindresultaat er wel zijn, denk ik. En net op tijd, want sinds enkele dagen kan S zitten (zelf, zonder steun en zonder dat iemand hem in die positie moet zetten. Jawel. En dat op nog geen 8 maand.)
Het speeltapijt is trouwens al meteen herdoopt tot picknic-laken en doorstond de eerste picknic-test met glans.
(En voor zij die zich afvragen wat dit nu nog met het onderwerp te maken heeft, ik vraag me hetzelfde af. Misschien moet ik toch maar eens een nieuwe blog starten, al ga ik dit nu toch niet elk weekend doen. M'n rug is kapot...)
Ik heb eveneens een probleem met die andere ufo's: Uitblinkend in Fenomenale Onafheid, beter gekend als 'Unfinished Object.' Alleen heb ik daarvan, en in tegenstelling tot die andere ufo's, een ware invasie van in huis. Heel wat ideeën zat, maar veel goeie bedoelingen verder ligt het ding in kwestie in het beste geval ergens stof te vergaren. Tot voor kort had ik bovendien een bijzonder gebrek aan gewillige slachtoffers voor de resultaten van de opborrelende inspiratie. Een speeltapijtje naaien voor Allerliefste klinkt op z'n zacht gezegd wat vreemd, vindtuniet?
Dit weekend was ik echter, zoals de titel hierboven al verklapt, vastberaden anti-ufo. Het project: een speeltapijtje, dat had u misschien al geraden.
Ik had al geruime tijd de nodige stoffen in huis (oude lappen, nieuw gekochte, gerecupereerde nieuwe (lees: nooit gebruikte nieuw aangekochte enkele jaren geleden...) allemaal samen in één doos. En ideeën en inspiratie zat. Het moest er gewoon eens van komen. Ik moest het gewoon eens maken. En dat speeltapijtje begon nu toch wel te dringen. Zeker als ik het nog wou kunnen gebruiken voor S en R vóór ze kunnen lopen...
En dus gooide ik alles open, leende een naaimachine (ik geef toe: ik ben maar een halve vrouw, ik bezit zelf geen naaimachine) en gaf er een lap op.
Stap één: de selectie. Hiermee moest ik maar aan de slag gaan.
Stap twee: aaah, waarom is die basis altijd zo saai? Geen wonder dat ik nooit verder geraak dan deze stap...
Stap drie: ik wou eigenlijk een uil maken, maar kwam uit bij dit...
Stap vier: volgende keer ga ik absoluut en zonder enige twijfel voor de uil, stijl: Minimalistic.
Stap vijf: twee dagen, twee emmers zweet en tranen en slechts twee gebroken spelden verder en kijk: voor een bijna complete naai-leek als ik mag het eindresultaat er wel zijn, denk ik. En net op tijd, want sinds enkele dagen kan S zitten (zelf, zonder steun en zonder dat iemand hem in die positie moet zetten. Jawel. En dat op nog geen 8 maand.)
Het speeltapijt is trouwens al meteen herdoopt tot picknic-laken en doorstond de eerste picknic-test met glans.
(En voor zij die zich afvragen wat dit nu nog met het onderwerp te maken heeft, ik vraag me hetzelfde af. Misschien moet ik toch maar eens een nieuwe blog starten, al ga ik dit nu toch niet elk weekend doen. M'n rug is kapot...)
maandag 25 juni 2012
Erover
Ik kan het niet laten. Ik moet er nog eens op terugkomen. De reactie blijft wat nazinderen (zie vorig stukje). Dit weekend zag ik een groep hippies, stijl dreadlocks, piercings en tattoos, in commune wonend (for real), een bio-leven, u kent het wel. En ik kon het niet laten mezelf de hele tijd af te vragen: was anoniem ook zo'n figuur? Misschien was anoniem wel één van hen?
M'n zus lachte: 'ha ja, da's wel mogelijk. Maar wel tegelijk eicel-donor worden voor vriendin X.'
Ze hadden een heel bio-leven, maar wel stuk voor stuk een gsm/smartphone en anoniem had toevallig ook toegang tot internet... Zeer bio allemaal, net als die piercings en tattoos overigens (of het dochtertje van 8 met roze geverfd haar). Maar ja, anoniem kan ook gewoon de man in cravatte op de trein zijn. Of...
En het zit me niet lekker omdat ik in de verdediging ben geschoten (of toch nog steeds teveel). Waarom moet ik mezelf verdedigen? Deze reactie komt van een vriendin: 'voeg er maar aan toe dat ik hoop dat anoniem dan ook geen medicatie neemt als hij/zij ziek is. Of gelijk geen kleren meer draagt, want dat is ook niet natuurlijk.' En ze heeft gelijk verdorie. Ik hoop dat anoniem eens nadenkt bij het volgende kankergeval in de familie. Is dat dan ook maar gewoon te aanvaarden? 'Goh, pech gehad. Een langer leven was duidelijk niet voor je weggelegd...'
Het is zo gemakkelijk om de overbevolking van de planeet en het oh zo vervuilende ras der mensen als argument aan te halen tégen vruchtbaarheidsbehandeling. Wel, zetten we dan ook maar meteen alle dementerende oudjes en coma-patiënten die jarenlang machinaal in leven worden gehouden voor de muur? Want hej, wat dragen die nu nog bij tot deze samenleving of deze aardbol? Of is dat 'erover', anoniem, denkend aan je grootmoe, die je toch nog steeds je wekelijkse bezoekje gaat brengen ookal ben je even anoniem aan het worden voor haar? Al die oudjes, zij brengen ook een grote hoop pampers met zich mee, hoor.
Kinderen blijven de toekomst. God weet, misschien zit er tussen al die duizenden proefbuisbaby's wel de volgende nobelprijswinnaar die de miraculeuze oplossing weet tegen vervuiling, die vervuiling die jouw autootje/computer/fototoestel/... met zich meebrengen. Denk daar maar eens over na.
Of als je later op pensioen gaat, bedenk dan eens dat S & R mee betalen voor jouw pensioentje, zodat je elke dag je krantje kan lezen. Kom me dan nog eens verwijten dat ik gedaan heb wat elk normaal mens doet: proberen kinderen te krijgen als je daar nu eenmaal zin in hebt.
M'n zus lachte: 'ha ja, da's wel mogelijk. Maar wel tegelijk eicel-donor worden voor vriendin X.'
Ze hadden een heel bio-leven, maar wel stuk voor stuk een gsm/smartphone en anoniem had toevallig ook toegang tot internet... Zeer bio allemaal, net als die piercings en tattoos overigens (of het dochtertje van 8 met roze geverfd haar). Maar ja, anoniem kan ook gewoon de man in cravatte op de trein zijn. Of...
En het zit me niet lekker omdat ik in de verdediging ben geschoten (of toch nog steeds teveel). Waarom moet ik mezelf verdedigen? Deze reactie komt van een vriendin: 'voeg er maar aan toe dat ik hoop dat anoniem dan ook geen medicatie neemt als hij/zij ziek is. Of gelijk geen kleren meer draagt, want dat is ook niet natuurlijk.' En ze heeft gelijk verdorie. Ik hoop dat anoniem eens nadenkt bij het volgende kankergeval in de familie. Is dat dan ook maar gewoon te aanvaarden? 'Goh, pech gehad. Een langer leven was duidelijk niet voor je weggelegd...'
Het is zo gemakkelijk om de overbevolking van de planeet en het oh zo vervuilende ras der mensen als argument aan te halen tégen vruchtbaarheidsbehandeling. Wel, zetten we dan ook maar meteen alle dementerende oudjes en coma-patiënten die jarenlang machinaal in leven worden gehouden voor de muur? Want hej, wat dragen die nu nog bij tot deze samenleving of deze aardbol? Of is dat 'erover', anoniem, denkend aan je grootmoe, die je toch nog steeds je wekelijkse bezoekje gaat brengen ookal ben je even anoniem aan het worden voor haar? Al die oudjes, zij brengen ook een grote hoop pampers met zich mee, hoor.
Kinderen blijven de toekomst. God weet, misschien zit er tussen al die duizenden proefbuisbaby's wel de volgende nobelprijswinnaar die de miraculeuze oplossing weet tegen vervuiling, die vervuiling die jouw autootje/computer/fototoestel/... met zich meebrengen. Denk daar maar eens over na.
Of als je later op pensioen gaat, bedenk dan eens dat S & R mee betalen voor jouw pensioentje, zodat je elke dag je krantje kan lezen. Kom me dan nog eens verwijten dat ik gedaan heb wat elk normaal mens doet: proberen kinderen te krijgen als je daar nu eenmaal zin in hebt.
donderdag 21 juni 2012
Anoniem
Wauw, op een rustige avond open ik m'n mail. En vind dit:
Anoniem heeft anoniem een reactie achtergelaten bij één van m'n berichtjes. En wel dit. Wordt u hier nu ook niet goed van? Ja, wel, ik moest dus ook effe slikken. Vooral omdat ik meteen weer aan dit berichtje van mezelf moest denken, dat anoniem geheel anoniem duidelijk niet gelezen had, alvorens een bakje kritiek gratis m'n kant op te werpen.
Maar eigenlijk ben ik nu niet meer akkoord met m'n eigen berichtje, dat tweede (eco-kroost). Welja, ik heb kinderen via 'het ergste van het ergste': via staalharde hulp van een medisch team. Maar hej, ik heb tenminste heel lang en heel diep nagedacht over die kinderen en hoe en waarom en ik weet tenminste dat ik niet m'n collega's dagelijks irriteer met geklaag en gezaag over de kinderen 'die 't altijd express doen: nachtmerries hebben, bekers omgooien, ziek worden, moe zijn, etc etc'. Wij zijn lekker egoïstisch gelukkig. En het zal me worst wezen hoe men denkt over de manier waarop m'n twee fantastische ventjes er gekomen zijn. (PS: er zijn eveneens een pak vervuilendere levenswijzen die ik níet beoefen (met de auto gaan werken om maar één te noemen), maar laat ik me niet verliezen in een wedstrijdje onder 't groenste.)
Overigens: als men vindt dat er geen kinderen meer moeten bijkomen, ga dan al die 'gewone' koppel zonder vruchtbaarheidsproblemen lastig vallen, want zij krijgen er veel meer dan wij...
En oh ja, ik zou even trots geweest zijn op m'n keuze om voor behandelingen te gaan ook als deze geen resultaat zouden gehad hebben.
Morgen zal ik waarschijnlijk aan nog een hele resem antwoorden denken die ik hier aan kan toevoegen, maar voor vanavond heb ik het effe gehad. (Aan iedereen die zich geroepen voelt: ga gerust je gang).
Intussen moet men het maar doen met deze leestip: 'Baby Blue' van Dr Devroey. Dit zou verdorie verplichte lectuur moeten zijn voor alle snotapen die vinden een mening te moeten hebben over proefbuizen.
Anoniem heeft anoniem een reactie achtergelaten bij één van m'n berichtjes. En wel dit. Wordt u hier nu ook niet goed van? Ja, wel, ik moest dus ook effe slikken. Vooral omdat ik meteen weer aan dit berichtje van mezelf moest denken, dat anoniem geheel anoniem duidelijk niet gelezen had, alvorens een bakje kritiek gratis m'n kant op te werpen.
Maar eigenlijk ben ik nu niet meer akkoord met m'n eigen berichtje, dat tweede (eco-kroost). Welja, ik heb kinderen via 'het ergste van het ergste': via staalharde hulp van een medisch team. Maar hej, ik heb tenminste heel lang en heel diep nagedacht over die kinderen en hoe en waarom en ik weet tenminste dat ik niet m'n collega's dagelijks irriteer met geklaag en gezaag over de kinderen 'die 't altijd express doen: nachtmerries hebben, bekers omgooien, ziek worden, moe zijn, etc etc'. Wij zijn lekker egoïstisch gelukkig. En het zal me worst wezen hoe men denkt over de manier waarop m'n twee fantastische ventjes er gekomen zijn. (PS: er zijn eveneens een pak vervuilendere levenswijzen die ik níet beoefen (met de auto gaan werken om maar één te noemen), maar laat ik me niet verliezen in een wedstrijdje onder 't groenste.)
Overigens: als men vindt dat er geen kinderen meer moeten bijkomen, ga dan al die 'gewone' koppel zonder vruchtbaarheidsproblemen lastig vallen, want zij krijgen er veel meer dan wij...
En oh ja, ik zou even trots geweest zijn op m'n keuze om voor behandelingen te gaan ook als deze geen resultaat zouden gehad hebben.
Morgen zal ik waarschijnlijk aan nog een hele resem antwoorden denken die ik hier aan kan toevoegen, maar voor vanavond heb ik het effe gehad. (Aan iedereen die zich geroepen voelt: ga gerust je gang).
Intussen moet men het maar doen met deze leestip: 'Baby Blue' van Dr Devroey. Dit zou verdorie verplichte lectuur moeten zijn voor alle snotapen die vinden een mening te moeten hebben over proefbuizen.
zondag 10 juni 2012
Eentje voor hem...
Allerliefste, je nickname, daar heb ik geen seconde over moeten nadenken. Het was een beetje als grapje bedoeld omdat 'lief' eigenlijk niet echt het eerste is wat je aan jou zou koppelen. Sympathiek, open, sociaal, goedlachs, een plaaggeest, een groepsmens, een levensgenieter, een keikop, soms een beetje verstrooid, etc etc, maar niet 'lief'. Je kan wel lief zijn, maar toch eerder zuur soms. Een beetje een zuurpruim en mopperpot. En toch vind ik je al van dag één lief. (En ik niet alleen. Een paar vriendinnen schieten me af als ze lezen dat ik je met 'zuur' durf te omschrijven. Daar komen straks discussies van.)
Ik heb je wat aangedaan. Sorry daarvoor. Ik wist ook niet hoe het allemaal zou lopen toen ik je negen jaar geleden tegen het lijf liep. Ik wist toen wel al dat ik endometriose had, en heb je dat vrij snel verteld. Al na een maand of twee denk ik. 'Misschien zal het moeilijk worden als we ooit aan kinderen willen beginnen'. Je haalde je schouders op. Je wou helemaal geen kinderen. Je wou de Grote Vrijheid: weg bij je ouders, een fijn lief en heel veel leuke uitstapjes. Wat kon het je schelen?
Nu goed, ik wou er toen ook nog niet meteen aan beginnen. We hadden nog wel wat tijd. Eerst zien of dit lukte. Dan zien of het samenleven lukte. Dan nog een paar reisjes. En toen begon de kinderwens en het pushen van mijn kant.
Ik heb je wat moeten pushen. Sorry daarvoor. Maar ik geloofde in ons. En vooral in jou. Ik voelde tot in m'n kleine tenen dat je een goeie papa zou worden. Dat het in je zat. (Of eigenlijk hoopte ik dat. Het is altijd wel gokken zoiets natuurlijk. Je zit niet in elkanders hoofd. Je weet nooit wat de ander denkt. En je hebt al helemaal geen glazen bol.)
Ik voel en voelde me altijd al degene die jou moest forceren naar de volgende stap; een relatie beginnen, gaan samenwonen, een huisje kopen,... Jij was degene die spontaan voor de deur stond met weer een gevonden kat in de armen. Jij bent altijd zorgzaam geweest. Op onbewaakte momenten. Jij was ook degene die de grenzen verlegde. Die de volgende verre reisbestemming uitkoos (het jaar daarop koos ik weer steevast voor één of andere veilige bestemming in Zuid-Europa).
Het idee om vader te worden, dat leek wel het zwaar van Damocles dat je boven het hoofd hing. Het zou het einde van je Vrijheid betekenen. Wat moet je als één van beide niet meteen een kinderwens heeft, en de ander wel? En niet veel tijd te verliezen? Het spijt me.
En het spijt me totaal niet. Sorry daarvoor. Maar het moment dat R geboren en in die twee minuten dat S nog wat langer in de buik zat, toen wist ik al dat het snor zat. De omschrijving 'je straalde' is zo ontoereikend. Je glunderde. Je ogen leken wel dubbel zo groot als anders. De lach van oor tot oor. En zo trots. De eerste zoon was er. En de tweede bijna.
In de momenten na de bevalling, toen ik moeizaam weer op krachten lag te komen, stond je daar fier als een gieter naast mij: een vader. Een trotse, rasechte papa, genietend van de aandacht met die twee in je armen. Het was zo ontzettend geruststellend en vertederend.
Nu sta je met je zonen te stoefen tegen iedereen. Een echte Daddy Cool. Je hebt al meer pampers verschoond, flesjes en badjes gegeven dan veel vaders van drie of meer. Je bent onlangs eindelijk door de knieën gegaan en hebt toch eens één van je zonen in een draagzak gestoken voor een (strand)wandeling (die babylimousine op het strand, dat rijdt toch niet zo lekker). En je vond het wel tof (hoewel je het niet meteen opnieuw zou doen voor de ogen van je kameraden. Dat vind ik best.)
Je werpt je zonen op en enkele dagen geleden, toen ik stond te koken (wat jij eigenlijk anders bijna altijd doet), hoorde ik ineens een gekir en gelach vanuit de zetel. Ik weet niet wat je aan het doen was, maar jij en S hadden de grootste lol.
Je bent echt de Allerliefste.

Ik heb je wat aangedaan. Sorry daarvoor. Ik wist ook niet hoe het allemaal zou lopen toen ik je negen jaar geleden tegen het lijf liep. Ik wist toen wel al dat ik endometriose had, en heb je dat vrij snel verteld. Al na een maand of twee denk ik. 'Misschien zal het moeilijk worden als we ooit aan kinderen willen beginnen'. Je haalde je schouders op. Je wou helemaal geen kinderen. Je wou de Grote Vrijheid: weg bij je ouders, een fijn lief en heel veel leuke uitstapjes. Wat kon het je schelen?
Nu goed, ik wou er toen ook nog niet meteen aan beginnen. We hadden nog wel wat tijd. Eerst zien of dit lukte. Dan zien of het samenleven lukte. Dan nog een paar reisjes. En toen begon de kinderwens en het pushen van mijn kant.
Ik heb je wat moeten pushen. Sorry daarvoor. Maar ik geloofde in ons. En vooral in jou. Ik voelde tot in m'n kleine tenen dat je een goeie papa zou worden. Dat het in je zat. (Of eigenlijk hoopte ik dat. Het is altijd wel gokken zoiets natuurlijk. Je zit niet in elkanders hoofd. Je weet nooit wat de ander denkt. En je hebt al helemaal geen glazen bol.)
Ik voel en voelde me altijd al degene die jou moest forceren naar de volgende stap; een relatie beginnen, gaan samenwonen, een huisje kopen,... Jij was degene die spontaan voor de deur stond met weer een gevonden kat in de armen. Jij bent altijd zorgzaam geweest. Op onbewaakte momenten. Jij was ook degene die de grenzen verlegde. Die de volgende verre reisbestemming uitkoos (het jaar daarop koos ik weer steevast voor één of andere veilige bestemming in Zuid-Europa).
Het idee om vader te worden, dat leek wel het zwaar van Damocles dat je boven het hoofd hing. Het zou het einde van je Vrijheid betekenen. Wat moet je als één van beide niet meteen een kinderwens heeft, en de ander wel? En niet veel tijd te verliezen? Het spijt me.
En het spijt me totaal niet. Sorry daarvoor. Maar het moment dat R geboren en in die twee minuten dat S nog wat langer in de buik zat, toen wist ik al dat het snor zat. De omschrijving 'je straalde' is zo ontoereikend. Je glunderde. Je ogen leken wel dubbel zo groot als anders. De lach van oor tot oor. En zo trots. De eerste zoon was er. En de tweede bijna.
In de momenten na de bevalling, toen ik moeizaam weer op krachten lag te komen, stond je daar fier als een gieter naast mij: een vader. Een trotse, rasechte papa, genietend van de aandacht met die twee in je armen. Het was zo ontzettend geruststellend en vertederend.
Nu sta je met je zonen te stoefen tegen iedereen. Een echte Daddy Cool. Je hebt al meer pampers verschoond, flesjes en badjes gegeven dan veel vaders van drie of meer. Je bent onlangs eindelijk door de knieën gegaan en hebt toch eens één van je zonen in een draagzak gestoken voor een (strand)wandeling (die babylimousine op het strand, dat rijdt toch niet zo lekker). En je vond het wel tof (hoewel je het niet meteen opnieuw zou doen voor de ogen van je kameraden. Dat vind ik best.)
Je werpt je zonen op en enkele dagen geleden, toen ik stond te koken (wat jij eigenlijk anders bijna altijd doet), hoorde ik ineens een gekir en gelach vanuit de zetel. Ik weet niet wat je aan het doen was, maar jij en S hadden de grootste lol.
Je bent echt de Allerliefste.

donderdag 5 april 2012
Doe vooral niet...
... wat je moeder zegt, dan komt het goed. Dat staat te lezen op het exemplaar van Flow Magazine dat m'n zus me gaf. Een stille hint? Of gewoon wat ontspannende leesvoer?
Ik probeer niet te doen wat iedereen zegt, dus dat zit al goed. Denk ik. Soms laat m'n assertiviteit me toch nog in de steek, maar da's niet voor hier en niet voor nu.
Prosopagnosia, da's een woord dat me momenteel boeit. Het niet herkennen van mensen hun gezicht, maar wel hun stem bijvoorbeeld. Ik had namelijk een vreemde ervaring. Toen R enkele weken geleden bijna twee weken in het ziekenhuis lag, waarvan tien dagen aan de voedingssonde en extra zuurstof, herkende ik hem soms niet. En dan bedoel ik niet zo van: 'he, wat ziet die er gek uit'. Ik bedoel: ik zócht naar mijn zoon als ik hem aankeek. En haalde opgelucht adem toen hij even huilde of geluid maakte. Ja hoor, het was hem nog steeds. Het leek gewoon alsof iemand een ruilwezentje in dat bedje had gelegd. Zijn neusje en wangetjes waren verdwenen onder plakkers die de sonde en het buisje voor de zuurstof op z'n plaats moesten houden. En hij was bleek en slap en oh zo mager... En hij leek gewoon in niets meer op R.
Het gaat intussen alweer stukken beter. Hij heeft er alweer drie weken crèche op zitten zonder opnieuw ziek te vallen. Hij weegt zelfs meer dan 5kg (5kg300, jawel). Voor bijna 5 maanden oud te zijn, heeft hij er ook geen dag te lang mee gewacht om toch maar eindelijk eens die 5kg-grens over te steken. (S weegt 6kg800 en zit daarmee mooi op het gemiddelde)
De mensen zeggen dat ik er niet zo mee bezig mag zijn (tiens, waar hebben we dit nogal gehoord?). Oh ja, dan zal ik maar meteen stoppen met naar S te kijken, die het (één-eiige) evenbeeld zou moeten zijn van R? R draagt intussen de afdankertjes van S. Ik hou sommige t-shirtjes expres wat langer in de kast zodat ze meteen naar R kunnen gaan en ik niet het gevoel moet hebben dat enkel S alle nieuwe spulletjes krijgt. Ik weet ook niet wat ik het ergste vind: gelijke t-shirtjes krijgen in verschillende maten zodat ik ze 'hetzelfde' kan aandoen. Of twee t-shirtjes krijgen in dezelfde maat waardoor ik één van beide een identiek reserve-t-shirtje kan meegeven naar de crèche.
Maar ik wil niet klagen. R is gezond. Nu toch weer. Hij had een bronchiolitis en was gestopt met drinken. En die zuurstof was om z'n comfort wat te verhogen. Zonder maakte z'n hartje nogal overuren... Zelfs na een dutje leek het of hij had net een marathon gelopen. Dus ja, daar kwam de zuurstof.
En ik? Ik probeer m'n kop niet te verliezen in een poging de perfecte moeder te willen zijn. Ik smelt gloednieuwe bijtringen omdat ik die in zeven haasten proper wil krijgen om mee te nemen van zoon 1 (thuis) naar zoon 2 (in het ziekenhuis) en het ding zonder nadenken in de stoomsterilisator werp en in de microgolf gooi. Niet. Doen. Die dingen kunnen ingevroren worden, maar zijn niet microgolf- en/of hittebestendig.
En daar ging de mooie nieuwe bijtring.
Ik wil R en S persé verse groentepap geven in het weekend waardoor ik om 8uur de benen uit bed gooi ookal slaapt iedereen nog (terug), gewoon om de groentepap op tijd klaar te hebben (en liefst na eerst zelf een tasje koffie te hebben gedronken). En dat terwijl een stapel groentepap-potjes in de kast staat stof te vangen; een voorraadje gebracht door m'n zus, samen met het Flow Magazine (een stille hint?).
Ik vervang regelmatig de pampers, soms zelfs als ze eigenlijk nog droog zijn, maar hej, ik was toch net effe bezig met het spoelen van dat neusje. Dan ververs je die pamper toch ook effe? Ik gooi slabbetjes in de was nadat ze één keer gebruikt zijn. Doe de tweeling dagelijks propere kleertjes aan, ookal hebben ze amper gemorst en geen accidentjes gehad, met als gevolg dat ik dagelijks een machine heb en wasmanden die m'n waswoede amper kunnen volgen.
En oh ja, ik ben ook nog 'total loss' gegaan op een tweedehandsbeurs voor babykleertjes. Man, dat moet de eerste keer geweest zijn dat ik uberhaupt naar zoiets ben kunnen gaan en ik ben daar met armen vol naar buiten gestapt. Helemaal delirisch. Die anderen daar moesten maken dat ze uit m'n buurt waren. Ik heb het kot onveilig gemaakt. Het was eindelijk mijn beurt.
En dan krijg ik er de naamlabeltjes niet op tijd erin genaaid voor ze er weer uitgegroeid zijn, uit al die kleertjes. Zucht... Ik ben zo'n moeder geworden die die naamlabeltjes overal heeft liggen slingeren, maar wel met een paar potjes versgemaakte groentepap in de frigo.
S en R... Ik kan uren naar hen blijven kijken. Ze ontdekken de wereld. Ze kennen elkaar nu heel goed. Ze draaien de koppen naar elkaar en beginnen elkaar vast te houden (lees: 'bij de mouw of de kraag te grijpen'). Ze ontdekken de grenzen van het park en de bedjes (lees: 'zoeken ontsnappingsmogelijkheden.') Ik vind ze soms zelfs met hun voetjes op hun hoofdkussen in bed, helemaal gedraaid en als je ze in het park legt, weet je niet meer waar en hoe je ze terug zal aantreffen als je even later even langsloopt. R met z'n beentjes bovenop S is geen ongewoon zicht meer. Hun nieuwe hobby is trouwens synchroon slapen/spartelen/lachen/.... Dan liggen ze in een identieke houding naast elkaar te doen wat ze aan het doen zijn (slapen, spartelen, lachen,...), soms zelfs zonder dat ze elkaar kunnen zien. En helemaal schattig: af en toe beginnen ze synchroon te brabbelen.
Ja, de wereld toont zich ineens van z'n spannendste kant met die twee.
(En ze stomen zich al helemaal klaar voor die voetbalploeg waar Lie het over had. Ik denk dat S het wel ziet zitten om in de goal te staan. En hou voor R maar een plekje vrij als spits.)
(Ps: de nicht is bevallen. Een gezonde brok van 4kg300 van het mannelijk geslacht. Zonder te veel erover te willen zeggen, want, hej, je weet nooit wie dit leest: ze heeft het klaargespeeld zonder epidurale en voor zover ik weet zonder knip en zonder scheur (grrrrmbh), ze heeft al een pak foto's op facebook gegooid met onderschriften als 'is hij niet cool?' en in pakjes gestoken inclusief baby-adidasjes aan de voeten. Het enige pleziertje dat ik had, is dat het kind geboren is met een vetbobbeltje op een wat ongelukkige plaats, waarop ze naar 't schijnt toch wat paniekerig zou gereageerd hebben met: 'dat gaat toch weer weg?')
Ik probeer niet te doen wat iedereen zegt, dus dat zit al goed. Denk ik. Soms laat m'n assertiviteit me toch nog in de steek, maar da's niet voor hier en niet voor nu.
Prosopagnosia, da's een woord dat me momenteel boeit. Het niet herkennen van mensen hun gezicht, maar wel hun stem bijvoorbeeld. Ik had namelijk een vreemde ervaring. Toen R enkele weken geleden bijna twee weken in het ziekenhuis lag, waarvan tien dagen aan de voedingssonde en extra zuurstof, herkende ik hem soms niet. En dan bedoel ik niet zo van: 'he, wat ziet die er gek uit'. Ik bedoel: ik zócht naar mijn zoon als ik hem aankeek. En haalde opgelucht adem toen hij even huilde of geluid maakte. Ja hoor, het was hem nog steeds. Het leek gewoon alsof iemand een ruilwezentje in dat bedje had gelegd. Zijn neusje en wangetjes waren verdwenen onder plakkers die de sonde en het buisje voor de zuurstof op z'n plaats moesten houden. En hij was bleek en slap en oh zo mager... En hij leek gewoon in niets meer op R.
Het gaat intussen alweer stukken beter. Hij heeft er alweer drie weken crèche op zitten zonder opnieuw ziek te vallen. Hij weegt zelfs meer dan 5kg (5kg300, jawel). Voor bijna 5 maanden oud te zijn, heeft hij er ook geen dag te lang mee gewacht om toch maar eindelijk eens die 5kg-grens over te steken. (S weegt 6kg800 en zit daarmee mooi op het gemiddelde)
De mensen zeggen dat ik er niet zo mee bezig mag zijn (tiens, waar hebben we dit nogal gehoord?). Oh ja, dan zal ik maar meteen stoppen met naar S te kijken, die het (één-eiige) evenbeeld zou moeten zijn van R? R draagt intussen de afdankertjes van S. Ik hou sommige t-shirtjes expres wat langer in de kast zodat ze meteen naar R kunnen gaan en ik niet het gevoel moet hebben dat enkel S alle nieuwe spulletjes krijgt. Ik weet ook niet wat ik het ergste vind: gelijke t-shirtjes krijgen in verschillende maten zodat ik ze 'hetzelfde' kan aandoen. Of twee t-shirtjes krijgen in dezelfde maat waardoor ik één van beide een identiek reserve-t-shirtje kan meegeven naar de crèche.
Maar ik wil niet klagen. R is gezond. Nu toch weer. Hij had een bronchiolitis en was gestopt met drinken. En die zuurstof was om z'n comfort wat te verhogen. Zonder maakte z'n hartje nogal overuren... Zelfs na een dutje leek het of hij had net een marathon gelopen. Dus ja, daar kwam de zuurstof.
En ik? Ik probeer m'n kop niet te verliezen in een poging de perfecte moeder te willen zijn. Ik smelt gloednieuwe bijtringen omdat ik die in zeven haasten proper wil krijgen om mee te nemen van zoon 1 (thuis) naar zoon 2 (in het ziekenhuis) en het ding zonder nadenken in de stoomsterilisator werp en in de microgolf gooi. Niet. Doen. Die dingen kunnen ingevroren worden, maar zijn niet microgolf- en/of hittebestendig.
En daar ging de mooie nieuwe bijtring.
Ik wil R en S persé verse groentepap geven in het weekend waardoor ik om 8uur de benen uit bed gooi ookal slaapt iedereen nog (terug), gewoon om de groentepap op tijd klaar te hebben (en liefst na eerst zelf een tasje koffie te hebben gedronken). En dat terwijl een stapel groentepap-potjes in de kast staat stof te vangen; een voorraadje gebracht door m'n zus, samen met het Flow Magazine (een stille hint?).
Ik vervang regelmatig de pampers, soms zelfs als ze eigenlijk nog droog zijn, maar hej, ik was toch net effe bezig met het spoelen van dat neusje. Dan ververs je die pamper toch ook effe? Ik gooi slabbetjes in de was nadat ze één keer gebruikt zijn. Doe de tweeling dagelijks propere kleertjes aan, ookal hebben ze amper gemorst en geen accidentjes gehad, met als gevolg dat ik dagelijks een machine heb en wasmanden die m'n waswoede amper kunnen volgen.
En oh ja, ik ben ook nog 'total loss' gegaan op een tweedehandsbeurs voor babykleertjes. Man, dat moet de eerste keer geweest zijn dat ik uberhaupt naar zoiets ben kunnen gaan en ik ben daar met armen vol naar buiten gestapt. Helemaal delirisch. Die anderen daar moesten maken dat ze uit m'n buurt waren. Ik heb het kot onveilig gemaakt. Het was eindelijk mijn beurt.
En dan krijg ik er de naamlabeltjes niet op tijd erin genaaid voor ze er weer uitgegroeid zijn, uit al die kleertjes. Zucht... Ik ben zo'n moeder geworden die die naamlabeltjes overal heeft liggen slingeren, maar wel met een paar potjes versgemaakte groentepap in de frigo.
S en R... Ik kan uren naar hen blijven kijken. Ze ontdekken de wereld. Ze kennen elkaar nu heel goed. Ze draaien de koppen naar elkaar en beginnen elkaar vast te houden (lees: 'bij de mouw of de kraag te grijpen'). Ze ontdekken de grenzen van het park en de bedjes (lees: 'zoeken ontsnappingsmogelijkheden.') Ik vind ze soms zelfs met hun voetjes op hun hoofdkussen in bed, helemaal gedraaid en als je ze in het park legt, weet je niet meer waar en hoe je ze terug zal aantreffen als je even later even langsloopt. R met z'n beentjes bovenop S is geen ongewoon zicht meer. Hun nieuwe hobby is trouwens synchroon slapen/spartelen/lachen/.... Dan liggen ze in een identieke houding naast elkaar te doen wat ze aan het doen zijn (slapen, spartelen, lachen,...), soms zelfs zonder dat ze elkaar kunnen zien. En helemaal schattig: af en toe beginnen ze synchroon te brabbelen.
Ja, de wereld toont zich ineens van z'n spannendste kant met die twee.
(En ze stomen zich al helemaal klaar voor die voetbalploeg waar Lie het over had. Ik denk dat S het wel ziet zitten om in de goal te staan. En hou voor R maar een plekje vrij als spits.)
(Ps: de nicht is bevallen. Een gezonde brok van 4kg300 van het mannelijk geslacht. Zonder te veel erover te willen zeggen, want, hej, je weet nooit wie dit leest: ze heeft het klaargespeeld zonder epidurale en voor zover ik weet zonder knip en zonder scheur (grrrrmbh), ze heeft al een pak foto's op facebook gegooid met onderschriften als 'is hij niet cool?' en in pakjes gestoken inclusief baby-adidasjes aan de voeten. Het enige pleziertje dat ik had, is dat het kind geboren is met een vetbobbeltje op een wat ongelukkige plaats, waarop ze naar 't schijnt toch wat paniekerig zou gereageerd hebben met: 'dat gaat toch weer weg?')
zondag 12 februari 2012
Luchtige babbels en bubbels
Ik sta wat onbeholpen met m'n glas champagne in de handen. Locatie voor de gelegenheid is een kot dat ook een opslagplaats is geweest, met een glazen wand met zicht op het kanaal. Er drijven ijsschotsen voorbij, een zicht dat ik nog niet veel gezien heb. De gelegenheid: een bedrijfsfeest. Een wat late nieuwjaarsreceptie-annex-feestje-voor-de-overname-van-het-bedrijf. De zaal loopt vol met mensen die ik (nog) niet ken. Vooral ook veel klanten, waarvan ik de meeste effe (nog) niet wil spreken. ('Ha, heeft u nog nieuws over onze zaak? Ik wacht al maanden op bericht.' 'Oh sorry, nee, ik moet het nog eens bekijken. Ben er een paar maanden tussenuit geweest...' Verlegen glimlachje...)
Gelukkig vind ik snel wat collega's en kan ik samen met hen in een hoekje verdwijnen. Ook zij willen liever geen klanten spreken vanavond. En dat geeft ons de gelegenheid om elkaar wat beter te leren kennen, want ik ben langer weggeweest dan dat ik er al gewerkt heb. Naar gespreksonderwerpen is het niet lang zoeken. Zelfs de meegekomen partners kennen me allemaal: 'oh, jij bent Die Met De Tweeling!'. En dan de lijst typische vragen (zijn ze braaf? Is het niet te zwaar? Hoe doe je het? Lijken ze veel op elkaar? Zijn het je eerste kindjes? Zit het in de familie?).
Dat ik veel vragen beantwoord met een hele variatiereeks op 'ja', 'nee', 'gewoon', 'u-huhm', 'mja', etc etc vindt m'n publiek een beetje een anticlimax precies. Dus beslissen zij maar om met Leuke Anekdotes te komen over twee- en meerlingen: 'ik ken iemand die ook een tweeling had, en zij had een keertje ééntje twee keer na elkaar de fles gegeven en geen aan de ander. Ze had zich gewoon vergist! Haha...' Ik lach beleefd en zeg haar dat dat ons nog niet is overkomen. Eerlijk gezegd: ik zou niet goed weten hoe ons dat zou moeten overkomen. Die kunnen alletwee nogal brullen, zeh, als ze honger hebben. 'Ik ken iemand en die had drie kinderen en wou er nog een vierde. Haha, die kregen daar toch geen tweeling, zeker?' Haha (not).
En ik luister beleefd naar hun verhalen over hun kinderen, om het volgende moment alweer de details vergeten te zijn. 'Details' als: aantal kinderen, leeftijdscategorie, braafheidsgraad,... Het moet een erfenis zijn van de behandelingen, maar ik kan het gewoon niet. Me naar de ander draaien en vragen: 'en, heb jij kinderen?' Kinderen zien als favoriet en vooral onschuldig gespreksonderwerp. Ik heb twee collega's, eentje begin veertig, en eentje eind veertig, die geen kinderen hebben. Van één weet ik ook dat ze geen man heeft. Ik heb er het raden naar of hun kinderloosheid gewenst of ongewenst is. Ik probeer op signalen te letten en vooral over andere dingen te praten. Over ambities en hobby's bijvoorbeeld. Veel leukere en vooral onschuldigere anekdotes van voorvalletjes rond ons werk. Maar ik ben zo'n curiosum dat de halve zaal naar mij lijkt te komen om telkens weer diezelfde vragen te stellen. Aangevuld met soms een 'allez, veel moed', 'veel sterkte' of een veel welkomere 'gefeliciteerd'.
Wat een onderwerp toch. Waarom kiezen mensen kinderen altijd als luchtig gespreksonderwerp? Als mensen me vragen of ik kinderen heb, moet ik nog steeds soms de neiging onderdrukken de bijna tweede natuur geworden 'nee'-schud te doen, maar, he ja, ik heb wel kinderen intussen. En ja, ik praat graag over m'n kinderen. Maar jullie zouden nooit begrijpen waarom ik zo blij ben met m'n zoontjes. En waarom ik het vertik over hen, of over het slaapgebrek, de bergen pampers, de stapels was,..., te klagen.
En toch voel ik ook dat ik niet meer die voelsprieten heb van een jaar geleden. Ik trap mensen per ongeluk tegen de schenen. Zo zei ik eens hoe fijn het wel niet is met een tweeling: ze hebben altijd een ander kindje om mee te spelen. Alleen flapte ik dit eruit tegen een vriend met maar één kind. Ongewild. Wíst ik bovendien. Een tweede was zo welkom geweest maar z'n vrouw was bijna in de eerste bevalling gebleven en ze waren al iets ouder en de risico's waren gewoon te groot nu. Toen hij erop zuchtte: 'ja, dat vind ik soms zo jammer voor ons C.' Dat ging als een mes door m'n hart... Ai, sorry...
En ik volg niet altijd de verhalen meer van lotgenootjes. Als ik hoor en lees over behandelingen, hormonen, schema's, bloedwaardes, reacties, follikelgroottes en bijwerkingen, dan moet ik soms m'n kop breken: hoe was dat ook al weer? Wat was goed, wat was minder goed? Wat wou ik horen op dat moment? En ik vergeet wie waarmee bezig is. Ik schaam me ervoor. Ik weet enkel nog dat die en die dit of dat voorhebben en met behandelingen bezig zijn en daar houdt het bij op.
De deur is zich echt achter me aan het sluiten. Er is nog maar een klein kiertje over. Dat kiertje is heel tastbaar aanwezig in onze koelkast waar nog een daar achtergelaten doosje Pregnyl ligt. Niet dat ik die laatste ampules bijhoud om nog te gebruiken. Onze koelkast is intussen al een paar keer ontdooid geweest en dan lagen die niet koel dus. Maar ik kan ze ook niet wegdoen. En die laatste ampules Menopur en Decapeptyl ook niet. Een handjevol. Het doosje ligt in het badkamerkastje. Het is zo normaal geworden dat die daar liggen. Ze zijn eens zo belangrijk geweest. M'n Schat. M'n geluk hing ervan af. M'n verstand zegt dat ik ze (eindelijk) moet weggeven. ((Bij deze: wie wilt, kan me mailen.))
En er is nog iets waaraan ik merk dat de deur achter me bijna dicht is. Toen ik nog met behandelingen bezig was, had ik me voorgenomen dat eens ik een kind zou hebben, iedereen het mocht weten en zeker ook het kind zelf. Nu kijk ik naar m'n slapende tweeling en besef ik dat het niet meer zoveel uitmaakt. Of nee, eigenlijk moeten ze het misschien toch niet weten. De mensen niet en de tweeling nog minder. Ik hoop dat ze vooral zich tot in de tenen gewenst voelen later. Dat ze zich nooit belast moeten voelen met: 'we moeten perfect zijn want onze ouders hebben zoveel moeten doen om ons te krijgen.' Zij moeten niet belast worden met onze bagage. En ik heb zoveel zin om die bagage eens uit te mesten. Grote kuis erin. Nog een glaasje champagne? 'Oh ja, heel graag!'
Gelukkig vind ik snel wat collega's en kan ik samen met hen in een hoekje verdwijnen. Ook zij willen liever geen klanten spreken vanavond. En dat geeft ons de gelegenheid om elkaar wat beter te leren kennen, want ik ben langer weggeweest dan dat ik er al gewerkt heb. Naar gespreksonderwerpen is het niet lang zoeken. Zelfs de meegekomen partners kennen me allemaal: 'oh, jij bent Die Met De Tweeling!'. En dan de lijst typische vragen (zijn ze braaf? Is het niet te zwaar? Hoe doe je het? Lijken ze veel op elkaar? Zijn het je eerste kindjes? Zit het in de familie?).
Dat ik veel vragen beantwoord met een hele variatiereeks op 'ja', 'nee', 'gewoon', 'u-huhm', 'mja', etc etc vindt m'n publiek een beetje een anticlimax precies. Dus beslissen zij maar om met Leuke Anekdotes te komen over twee- en meerlingen: 'ik ken iemand die ook een tweeling had, en zij had een keertje ééntje twee keer na elkaar de fles gegeven en geen aan de ander. Ze had zich gewoon vergist! Haha...' Ik lach beleefd en zeg haar dat dat ons nog niet is overkomen. Eerlijk gezegd: ik zou niet goed weten hoe ons dat zou moeten overkomen. Die kunnen alletwee nogal brullen, zeh, als ze honger hebben. 'Ik ken iemand en die had drie kinderen en wou er nog een vierde. Haha, die kregen daar toch geen tweeling, zeker?' Haha (not).
En ik luister beleefd naar hun verhalen over hun kinderen, om het volgende moment alweer de details vergeten te zijn. 'Details' als: aantal kinderen, leeftijdscategorie, braafheidsgraad,... Het moet een erfenis zijn van de behandelingen, maar ik kan het gewoon niet. Me naar de ander draaien en vragen: 'en, heb jij kinderen?' Kinderen zien als favoriet en vooral onschuldig gespreksonderwerp. Ik heb twee collega's, eentje begin veertig, en eentje eind veertig, die geen kinderen hebben. Van één weet ik ook dat ze geen man heeft. Ik heb er het raden naar of hun kinderloosheid gewenst of ongewenst is. Ik probeer op signalen te letten en vooral over andere dingen te praten. Over ambities en hobby's bijvoorbeeld. Veel leukere en vooral onschuldigere anekdotes van voorvalletjes rond ons werk. Maar ik ben zo'n curiosum dat de halve zaal naar mij lijkt te komen om telkens weer diezelfde vragen te stellen. Aangevuld met soms een 'allez, veel moed', 'veel sterkte' of een veel welkomere 'gefeliciteerd'.
Wat een onderwerp toch. Waarom kiezen mensen kinderen altijd als luchtig gespreksonderwerp? Als mensen me vragen of ik kinderen heb, moet ik nog steeds soms de neiging onderdrukken de bijna tweede natuur geworden 'nee'-schud te doen, maar, he ja, ik heb wel kinderen intussen. En ja, ik praat graag over m'n kinderen. Maar jullie zouden nooit begrijpen waarom ik zo blij ben met m'n zoontjes. En waarom ik het vertik over hen, of over het slaapgebrek, de bergen pampers, de stapels was,..., te klagen.
En toch voel ik ook dat ik niet meer die voelsprieten heb van een jaar geleden. Ik trap mensen per ongeluk tegen de schenen. Zo zei ik eens hoe fijn het wel niet is met een tweeling: ze hebben altijd een ander kindje om mee te spelen. Alleen flapte ik dit eruit tegen een vriend met maar één kind. Ongewild. Wíst ik bovendien. Een tweede was zo welkom geweest maar z'n vrouw was bijna in de eerste bevalling gebleven en ze waren al iets ouder en de risico's waren gewoon te groot nu. Toen hij erop zuchtte: 'ja, dat vind ik soms zo jammer voor ons C.' Dat ging als een mes door m'n hart... Ai, sorry...
En ik volg niet altijd de verhalen meer van lotgenootjes. Als ik hoor en lees over behandelingen, hormonen, schema's, bloedwaardes, reacties, follikelgroottes en bijwerkingen, dan moet ik soms m'n kop breken: hoe was dat ook al weer? Wat was goed, wat was minder goed? Wat wou ik horen op dat moment? En ik vergeet wie waarmee bezig is. Ik schaam me ervoor. Ik weet enkel nog dat die en die dit of dat voorhebben en met behandelingen bezig zijn en daar houdt het bij op.
De deur is zich echt achter me aan het sluiten. Er is nog maar een klein kiertje over. Dat kiertje is heel tastbaar aanwezig in onze koelkast waar nog een daar achtergelaten doosje Pregnyl ligt. Niet dat ik die laatste ampules bijhoud om nog te gebruiken. Onze koelkast is intussen al een paar keer ontdooid geweest en dan lagen die niet koel dus. Maar ik kan ze ook niet wegdoen. En die laatste ampules Menopur en Decapeptyl ook niet. Een handjevol. Het doosje ligt in het badkamerkastje. Het is zo normaal geworden dat die daar liggen. Ze zijn eens zo belangrijk geweest. M'n Schat. M'n geluk hing ervan af. M'n verstand zegt dat ik ze (eindelijk) moet weggeven. ((Bij deze: wie wilt, kan me mailen.))
En er is nog iets waaraan ik merk dat de deur achter me bijna dicht is. Toen ik nog met behandelingen bezig was, had ik me voorgenomen dat eens ik een kind zou hebben, iedereen het mocht weten en zeker ook het kind zelf. Nu kijk ik naar m'n slapende tweeling en besef ik dat het niet meer zoveel uitmaakt. Of nee, eigenlijk moeten ze het misschien toch niet weten. De mensen niet en de tweeling nog minder. Ik hoop dat ze vooral zich tot in de tenen gewenst voelen later. Dat ze zich nooit belast moeten voelen met: 'we moeten perfect zijn want onze ouders hebben zoveel moeten doen om ons te krijgen.' Zij moeten niet belast worden met onze bagage. En ik heb zoveel zin om die bagage eens uit te mesten. Grote kuis erin. Nog een glaasje champagne? 'Oh ja, heel graag!'
Abonneren op:
Posts (Atom)




