zondag 12 december 2010

Close encounter met een donor

Helaas lopen er ook veel minder geweldige mensen rond. Ik kan er niet omheen nog eens 'helaas' te moeten gebruiken in deze zin: helaas moet ik dit zeggen over een eiceldonor.

Mijn pick-up verliep onder volledige narcose. 's Morgens moesten we er dan ook om 7u staan. Mijn pa speelde godsgeschenkje-in-levende-lijve door ons een lift aan te bieden. Hij moest hiervoor speciaal een omtoer doen maar mijn ma kon niet.

Stipt om 7u stapten we uit de auto voor de deur van het centrum. Allerliefste was al even stil als ik. We werden snel naar onze kamer gewezen waar we anderhalf uur moesten wachten. Allerliefste werd dan een eerste keer weggeroepen voor een bloedprik. Ik moest erom grinniken. Heb ik de voorbije weken meer dan genoeg moeten doen. Mocht hij nu ook wel eens voelen. Hihi.
Even later werd hij een tweede keer weggeroepen. Dit keer voor zijn bijdrage. Dit was echt heel raar, zo erg dat het bijna komisch was. Ik had zin om iets te zeggen als: 'doe dat goed, he' maar slikte mijn woorden toch maar in. Geen idee of hij hiermee kon lachen op zo'n moment. Hij verliet de kamer alsof hij naar de slachtbank vertrok.

Een tijdje later kwam hij terug de kamer in. Ik vroeg zo neutraal mogelijk of ze hem naar een gezellig kamertje hadden gebracht? Of het een beetje ok was geweest? Of het waar was dat er spannende lectuur lag, maar hij deed nogal ontwijkend dus vroeg ik hem om een kusje om zo deze onwennige situatie wat te normaliseren.

En dan was het mijn beurt. Twee verpleegsters kwamen me halen, met bed en al, maar eerst kreeg ik een kalmerings/verdovingsmiddel in mijn heup geprikt. Ik kende ditmaal de routine. Ze vroegen me of het de eerste keer was dat ik onder narcose moest. Ik schudde van nee: 'ik heb ook al een laparoscopie gehad deze zomer.' In de ruimte waar ze me klaarmaakten voelde ik het kalmeringsmiddel toeslaan. Mijn ogen begonnen zowaar dicht te vallen. Ik kreeg een baxter in mijn elleboog want ze moesten ook bloedprikken. Dat was prima. Vorige keer deed mijn hand echt superveel zeer van die baxter.

De verpleegsters praatten wat onder elkaar. Er was een kleine verwarring.
'Mevrouw, het is toch niet onder volledige narcose, he?'
'Jawel. Op aanraden van de dokter.' Dan moest één ervan lachen.
'Oei, dan was die verdovingsprik niet echt nodig. Nou ja, kan ook geen kwaad hoor. U zal extra goed slapen.'
Geweldig...

En dan ging het op weg naar de pick-up garage. Het was een kleine ruimte waar verbazend veel volk in zat. Ik telde vijf mensen. Twee verpleegsters, een studentje, een anesthesist en een dokter. Schat ik, want enkel de eerste drie stelden zich voor. En voor ik iets kon vragen, moest ik op de stoel kruipen, werden mijn armen vastgesnoerd en ging het licht uit.

Naar mijn gevoel twee minuten later probeerde ik mijn ogen weer te openen. Ze kleefden dicht met een of andere smurrie. Een verpleegster kwam me een papieren doekje geven om ze schoon te vegen. Dan ging ze weer verderop aan een bureautje zitten. Ik deed hard mijn best om wakker te worden, maar voelde me tot twee keer toe opnieuw in slaap glijden.

Na een tijdje lukte het me om iets langer wakker te blijven en ze kwam vragen of ik wakker genoeg was om naar de kamer gebracht te worden. Ja alsjeblief. Het was er helemaal niet zo gezellig. Liever terug op mijn stille kamer.
Helaas was mijn kamer helemaal niet meer het oord van rust en vrede dat ik daarstraks achtergelaten had. Er lag een vrouw in het andere bed, haar vent aan haar zij. Ze was bang, ratelde honderduit, stond werkelijk doodsangsten uit. Ik was nog niet goed wakker en het drong maar in beetjes tot me door.

Mijn frank viel toen ze zei: 'allez, ik hoop dat we er toch iemand gelukkig mee kunnen maken.' Maar toen was ze al weggehaald en teruggebracht na haar pick-up. In een euforische staat dit keer. Het was allemaal een fluitje van een cent geweest. Ze had niks gevoeld. Maar hoe bang was ze geweest, zeg. Haha! Ze was er zelfs van gaan hyperventileren. Zo erg dat ze even alles stil hadden moeten leggen. Ze ratelde alweer honderduit tegen haar ventje, terwijl ik begon te overwegen oordopjes of nog zo'n verdovingsspuit te vragen. Even ervoor had ik haar nog iets willen zeggen als: 'wauw, moedig dat je dit wilt doen voor anderen.' Maar het kwam niet over mijn lippen. En dan schoof een verpleegster het gordijn dicht tussen ons en vergat iedereen dat ik er ook nog was.

De verpleegsters liepen binnen en buiten. Telkens kwamen ze niet verder dan haar bed. Ze kreeg een uitgebreid verslag over de eitjes die ze hadden kunnen wegnemen (vijf, allemaal rechts, geen links). En toen kreeg ze zelfs cash geld in een envelopje toegestopt. Waarschijnlijk haar 'onkostenvergoeding'. Toen de dokter de kamer uitwas, zat ze luidop haar geld te tellen (2000 euro!) en begon ze te juichen en jubelen en trots tegen haar vent op te sommen wat ze nu allemaal gingen doen met dat geld. En wat ik nog het ergste vond: totaal ongepaste grapjes te maken over dat ze nu wel even wat voorzichtiger moesten doen want ze hadden een paar nog niet rijpe follikels laten zitten en ze wouden toch niet dat er over negen maanden “eentje van hen uitfloepte”. En dat ze dit nog ging doen. Ze zat meteen uit te rekenen hoe vaak ze dit kon doen en al het geld dat ze ermee kon verdienen dat toch een mooie aanvulling was op haar dop. Al was er blijkbaar een maximum aantal keer want ja, het was toch niet niks, he, wat ze haar lichaam aandeed. Haha, ze moest zelfs op haar gewicht letten, op haar 1cm vet. Haha.
En haar vent die zat daar maar met een rustige stem haar vruchteloos aan te manen tot kalmte.

En ik lag achter het gordijn er niet goed van te wezen, al moet ik zeggen dat het wel mijn gedachten volledig afleidde van het ongelooflijk lege gevoel in mijn buik. Ik begon me af te vragen hoe mijn eitjes het ervan hadden afgebracht, maar er kwam niemand iets vertellen. Na twee uur wachten op nieuws, drukte ik dan maar op het knopje en vroeg aan de verpleegster of ze aub nieuws hadden, want ik was toch wel heel nieuwsgierig. Ze moest het gaan opzoeken en kwam even later terug met een dossiertje.

'U had zeven eitjes, mevrouw. Da's een mooi gemiddelde. Zeven – acht is zo het gemiddelde dus u heeft zeker een goed resultaat.'
'Dank u.'

Inwendig was ik trots. Ik had toch lekker twee eitjes meer dan het hysterische donortje naast mij. Een gelukzalige minuut werd het stil achter het gordijn. Meteen voelde ik me schuldig. Er zijn zoveel vrouwen die zo afhankelijk zijn van donoren...
Al moet ik zeggen dat ik het wel ongelooflijk jammer vind dat mijn hele romantische beeld van de onzelfzuchtige eiceldonor met de grond gelijk werd gemaakt.

Ik was blij toen ze doorgingen. In de uren die ik nadien nog moest wachten tot ik naar huis mocht, probeerde ik wat te lezen, maar het ging niet. Ik belde nog in verband met die job (zie mijn vorige post: 'De evidentie van een job II, en, oh ja, de pick-up'). En ik was vooral heel blij toen ik door het venster mijn vader van de parking zag komen aangewandeld. Ik stond op, nam mijn spullen en ging hem tegemoet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen