woensdag 15 december 2010

Gelieve u rustig naar de uitgang te begeven.

(Er zijn een paar dagen gepasseerd zonder dat ik iets kon posten. Hoog tijd dus om de draad weer op te pikken. Waar was ik gebleven?)

Op de ochtend na mijn pick-up sprong ik verbazend vroeg en verrastend vlot uit bed. De routine van de voorbije maand van vroeg opstaan voor mijn Decapeptylprik zat er nog goed in en nu werd de prik vervangen door een andere hormoonpil die ik moet 'steken'. Ik stond nog even te twijfelen, maar ik voelde amper iets van pijn en besloot dan toch maar, tegen beter weten in, naar de zaterdagles te gaan. Ik nam meer als voorzorg een pijnstiller.

Een uur later was ik ontzettend blij met die wijze beslissing want ik voelde me ineens alsof ik mijn regels aan het krijgen was, maar dan voor alle maanden samen waarin ik geen regels meer had gehad door die Decapeptyl (= vier maanden). Ik verbeet de pijn maar, niks aan te doen. En uiteindelijk had ik nog steeds ergere regels gehad dan dit.

Tegen twaalf uur begon ik al wat ongeduldiger op mijn horloge te kijken. De les was heel boeiend en actief genoeg om mijn aandacht voor soms zelfs een kwartier aan een stuk af te leiden, maar de pijn werd nu toch wel hardnekkig. Nog een uur te gaan...
Ik begon serieus te overwegen om op te staan en vroeger door te gaan, maar wou niet toegeven aan de pijn. Ik bleef zitten en deed mee met de oefeningen alsof er niets aan de hand was.

En dan was de les eindelijk uit. Ik bedwong me om niet als een idioot recht te springen en naar buiten te hollen alsof m'n gat in brand stond, maar om beheerst en bedeesd mijn spullen bijeen te rapen, gedag te zeggen en rustig mij naar de uitgang te begeven als bij de vlotste en beheerste evacuatie-oefening. Ok, toch niet zo'n goeie oefening, want ik maakte nog een korte stop in de toiletten.

Toen ik daar mijn handen stond te wassen, kwam er een lesgenote uit de andere toilet. Ze kwam naast mij staan aan de andere lavabo en vroeg, voortbreiend op een gesprekje van anderen in het naar buitengaan: “Denk jij aan kinderen?”
Ikke, gewoon doend: “Ja.” Zonder meer uitleg. Ik feliciteerde mezelf met het lachje dat ik kon opbrengen.
Waarop zij: “Oh, da's tof! Dat was de fijnste periode in mijn leven! Je zal zien!” We glimlachten eens naar elkaar en namen afscheid. Yeah right... de fijnste periode in mijn leven... Ik hoopte dat écht dat ze het had over het hebben van die kleine ukjes (haar enthousiasme daarover kon ik haar vergeven) en niet over die gewéldige, spánnende rooskleurige periode vol seksuitspattingen en predictortesten mét het juiste aantal streepjes die daaraan hoort vooraf te gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen